Oprichting en korte geschiedenis van de Kooise schaakclub

Het was tijdens een vispartijtje, toen er werd gesproken over "het schaakspel". Enkele vissers wisten er wel wat van en anderen hadden kennissen die onverslaanbaar waren. Uiteindelijk besloot men een schaakclub op te richten. De eerste zorg was iemand vinden die op de spelregels zou letten en de tweede was een onderkomen, want buiten schaken was toch niet mogelijk. Met dominee Pop uit Acquoy werden twee vliegen in één klap gevangen. Ds. Pop wist wat schaken was én hij had een groot onderkomen: "de pastorie". Ook wilde Pop de organisatie wel op zich nemen. En zo was er op 23 september 1948 een groep van negen man, die in de pastorie van Acquoy de oprichting meemaakte van de Acquoyse schaakclub. Tijdens deze bijeenkomst werd een avond gekozen waarop het schaakspel geleerd werd, want niemand wist nog precies hoe het spel in elkaar stak. De vaste avond werd de maandagavond. Op die avond ging mevrouw Pop naar de plattelandsvrouwen en kon haar man op de kinderen passen. Omdat het tijdens het schaakspel altijd erg rustig is kunnen schaken en oppassen goed samengaan.

Een van de oprichters in 1948, Ds. Pop

Na het vertrek van ds. Pop naar Zoelen (in 1950) werd het Polderhuis het nieuwe onderkomen. Omstreeks 1951 kwam "De Schakel" als verenigingsgebouw beschikbaar. Door het vertrek van ds. Pop was er ook geen schaakles meer; de heer Ottenvanger uit Leerdam heeft dit toen op zich genomen. ln 1953 ging de vereniging "in de bond"; met andere woorden, zij ging deelnemen aan de competities tussen verenigingen, georganiseerd door de Stichts Gooise Schaakbond, onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond (KNSB). Dit op voorstel van de voorzitter (Cor Michielsen) die graag ook tegen andere verenigingen wilde spelen. Ter vergelijking: het opsturen van een partij ter beoordeling aan de bond kostte toen f 2,50, nu is dat f 40,-. De uitwedstrijden wilden nogal eens voor vervoersproblemen zorgen. Er werd dan een beroep gedaan op de twee fietsenmakers Van Balveren en Van Bruggen om met hun auto de schakers te vervoeren. Ze moesten dan wel de hele avond wachten. Als vergoeding kregen ze hiervoor f 2,50 per persoon.

Tijdens de ledenvergadering op 7 september 1951 in gebouw de Schakel werd besloten een damclub op te richten onder bestuur van de schaakclub. Daar kreeg men spijt van. ln de notulen van de jaarvergadering staat het als volgt: "Het was een hopeloze bende met al die jongeren die de boel helemaal in 't honderd lieten lopen. Een voorzitter werd niet gekozen". De jeugd die de damclub vormde blokkeerde een normale verkiezing van een voorzitter; ze stemden steeds massaal op iemand die geen voorzitter wilde worden. Zowel Arie als Dries waren hier het "slachtoffer" van; beiden wilden het echter niet op zich nemen, zodat er op die avond geen voorzitter gekozen werd. De "gewone leden" waren niet blij met de gang van zaken en voor de bestuursleden was het zelfs wat pijnlijk, maar de "dammers" hadden grote lol. Besloten werd een maand later nog een poging te wagen: Cor Michielsen werd toen gewoon weer herkozen als voorzitter. Of deze geschiedenis er mee te maken heeft is onduidelijk, maar niet al te lang daarna is de damafdeling van het toneel verdwenen.

De club is een aantal keren kampioen geworden, maar in het seizoen '60-'61 werd het kampioenschap aangevochten door de schaakvereniging Leerdam. Het bleek dat Leerdam in Acquoy had moeten spelen tijdens de winterperiode in een onverwarmde zaal. De kachel in "De Schakel" was stuk en het was 18°C onder nul. De Acquoyse spelers waren daarop voorbereid, de Leerdammers niet. Besluit van de bond: koud is koud voor iedereen, protest afgewezen.

Onder meer in Deil en in Everdingen waren ook schaakverenigingen tegen wie men vanuit Acquoy nog wel eens ging schaken. Deze verenigingen zijn later echter helaas ter ziele gegaan. Ook in Asperen en Haaften zijn door onze vereniging pogingen ondernomen om een schaakclub van de grond te krijgen. Men ging er dan bijvoorbeeld een avond schaken tegen individuele geinteresseerden, maar blijvende resultaten heeft dit niet opgeleverd.

Het 25-jarig jubileum in 1973 werd gevierd met een receptie. 's Avonds werd "De Schakel" opengesteld voor de leden en hun aanhang en er werden plaatjes gedraaid. Ook werd in dit jubileumjaar de toenmalige Nederlands kampioen Genna Sosonko naar Acquoy gehaald om daar een simultaanwedstrijd te spelen: 27 tegenstanders namen het op tegen deze grootmeester, maar niemand kon hem verslaan. Ook in het jubileumjaar 1998 hebben er weer diverse activiteiten plaatsgevonden.

Tot zover de geschiedenis van de eerste 50 jaar van schaakvereniging Acquoy.